25 jaar na 9/11: hoe één ochtend de manier waarop we reizen voorgoed veranderde

Wie tegenwoordig met het vliegtuig op vakantie gaat, weet ongeveer wat hem of haar op de luchthaven te wachten staat. Je handbagage gaat door een scanner, je loopt zelf door een veiligheidscontrole en bepaalde voorwerpen mogen absoluut niet mee aan boord. Op sommige luchthavens moet je vloeistoffen en elektronica apart aanbieden. Daarna kom je pas in het beveiligde gedeelte van de luchthaven terecht.

We vinden dat inmiddels normaal.

Op 10 september 2001 zag een vliegreis er op veel punten anders uit. De terroristische aanslagen van een dag later zouden de luchtvaart voorgoed veranderen. Vandaag, precies 25 jaar na 9/11, zijn veel veiligheidsmaatregelen die na de aanslagen werden ingevoerd zo vanzelfsprekend geworden dat een hele generatie reizigers niet beter weet.

Een andere kijk op vliegtuigkapingen

Voor 11 september 2001 waren vliegtuigkapingen bepaald geen onbekend verschijnsel. De manier waarop naar zo’n kaping werd gekeken, was echter anders. Het uitgangspunt was vaak dat kapers het vliegtuig wilden gebruiken om eisen af te dwingen en dat onderhandelingen uiteindelijk tot een oplossing konden leiden.

Dat verklaart mede waarom de beveiliging van vliegtuigen en vliegvelden niet was ingericht op terroristen die een verkeersvliegtuig zelf als wapen wilden gebruiken.

Op 11 september veranderde dat binnen enkele uren.

Vier Amerikaanse passagiersvliegtuigen werden gekaapt. Twee vlogen in de Twin Towers van het World Trade Center in New York en een derde toestel stortte zich op het Pentagon. Het vierde vliegtuig, United Airlines-vlucht 93, stortte neer in Pennsylvania nadat passagiers zich tegen de kapers hadden verzet.

Vanaf dat moment werd duidelijk dat de bestaande veiligheidsprocedures niet meer voldeden.

De cockpit ging letterlijk op slot

Een van de duidelijkste veranderingen vond plaats aan boord van het vliegtuig. Cockpitdeuren waren vóór 9/11 veel minder zwaar uitgevoerd. Na de aanslagen werden versterkte cockpitdeuren verplicht en veranderden de procedures rond toegang tot de cockpit.

Voor passagiers is dat tegenwoordig nauwelijks zichtbaar. Toch behoort het tot de belangrijkste blijvende veranderingen van 9/11.

Ook de werkwijze van bemanningen veranderde. Een poging om de cockpit binnen te dringen wordt tegenwoordig vanuit een totaal ander veiligheidsmodel benaderd dan vóór de aanslagen.

Veel strengere controles op luchthavens

De grootste verandering merken vakantiegangers iedere keer dat ze gaan vliegen: de veiligheidscontrole.

Op Amerikaanse luchthavens werd vóór 9/11 de controle van passagiers grotendeels uitgevoerd door particuliere beveiligingsbedrijven in opdracht van luchtvaartmaatschappijen. Uit onderzoeken was al eerder gebleken dat daarbij gevaarlijke voorwerpen regelmatig niet werden ontdekt. Kleine messen waren bovendien niet altijd verboden.

Na de aanslagen nam de Amerikaanse overheid veel meer verantwoordelijkheid voor de beveiliging. Op 19 november 2001 werd de Transportation Security Administration, beter bekend als de TSA, opgericht. De organisatie kreeg onder meer de verantwoordelijkheid voor de controle van passagiers en bagage op Amerikaanse luchthavens.

Ook buiten de Verenigde Staten werden procedures aangescherpt.

Bagage werd intensiever gecontroleerd, lijsten met verboden voorwerpen werden uitgebreid en reizigers kregen steeds vaker te maken met extra controles.

Niet alles wat we nu doen, komt rechtstreeks door 9/11

Het is verleidelijk om iedere moderne veiligheidsregel op het vliegveld rechtstreeks aan 9/11 toe te schrijven. Dat klopt niet.

De aanslagen vormden het grote omslagpunt, maar verschillende maatregelen werden pas ingevoerd na latere terroristische incidenten en verijdelde aanslagen.

Zo ontstond de strenge beperking op vloeistoffen in handbagage pas na een in 2006 ontdekt plan om met vloeibare explosieven vliegtuigen op te blazen. Ook andere aanslagpogingen leidden tot nieuwe controles en beveiligingstechnieken.

De luchtvaartbeveiliging die we tegenwoordig kennen, is dus in stappen ontstaan. Maar zonder 11 september 2001 zou het systeem er vrijwel zeker heel anders hebben uitgezien.

Ook afscheid nemen veranderde

Er veranderde nog iets dat vooral oudere reizigers zich zullen herinneren.

Op veel Amerikaanse luchthavens konden mensen zonder vliegticket vóór 9/11 veel verder de terminal in. Familieleden konden soms tot bij de gate meegaan om iemand uit te zwaaien of daar wachten totdat een reiziger aankwam.

Dat beeld verdween na de aanslagen grotendeels.

De grens tussen het openbare en beveiligde gedeelte van een luchthaven werd veel scherper. Alleen reizigers met een geldige instapkaart kregen nog toegang tot de gates.

Een vliegreis begon daardoor niet alleen eerder, maar werd ook formeler. De tijd die nodig is voor controles werd een factor waarmee iedere reiziger rekening moest houden.

Veiligheid werd onderdeel van reizen

Misschien is dat wel de grootste verandering die 25 jaar later zichtbaar is.

We denken nauwelijks meer na over veel maatregelen die na 9/11 zijn ontstaan. We leggen onze tas op de band, lopen door een scanner en accepteren dat bepaalde spullen niet mee mogen. Wie naar sommige bestemmingen vliegt, moet vooraf meer persoonsgegevens verstrekken en kan met aanvullende controles te maken krijgen.

Voor een jonge reiziger is dat simpelweg hoe vliegen werkt.

Daarmee zijn de gevolgen van 11 september 2001 nog iedere dag aanwezig op luchthavens over de hele wereld. Niet alleen in monumenten, documentaires of jaarlijkse herdenkingen, maar in iets veel alledaagsers.

Iedere keer dat we op vakantie gaan en bij de veiligheidscontrole onze handbagage op de band zetten.