Niet de benzine, maar je verblijf maakt de Gardameervakantie vooral duurder

Wie deze zomer met de auto naar het Gardameer rijdt, schrikt mogelijk van de benzineprijzen langs de snelweg. Vooral bij Duitse Autobahntankstellen kan een tankbeurt flink duurder uitvallen dan enkele kilometers verderop. Toch zijn de hogere brandstofprijzen niet de belangrijkste reden dat een vakantie aan het Gardameer in 2026 meer kost dan een jaar geleden.

Een eenvoudige berekening laat zien dat de prijsstijging van de accommodatie al snel groter is dan de extra benzinekosten voor de volledige heen- en terugreis. Wie twee weken blijft, merkt dat verschil nog sterker.

Benzine langs de snelweg is inderdaad erg duur

Voor de vergelijking nemen we een autorit van Utrecht naar Peschiera del Garda of Sirmione. Afhankelijk van de gekozen route bedraagt de afstand ongeveer 1.150 tot 1.200 kilometer. Voor een retourrit kan daarom worden gerekend met circa 2.340 kilometer.

Een auto die gemiddeld 8 liter benzine per 100 kilometer verbruikt, heeft voor die afstand ongeveer 187 liter nodig:

2.340 kilometer × 8 liter per 100 kilometer = 187,2 liter benzine

Wie uitsluitend langs de snelweg tankt, betaalt meer dan de landelijke gemiddelde pompprijzen. Dat verschil is vooral in Duitsland groot. Uit een omvangrijke prijsvergelijking van de ADAC blijkt dat E10 bij Duitse snelwegstations in 2026 gemiddeld ongeveer 33 cent per liter duurder was dan bij reguliere tankstations. Op sommige plaatsen liep het verschil op tot bijna 50 cent per liter.

Tijdens de meting kostte een liter E10 langs de Duitse snelweg gemiddeld ongeveer € 2,43. Buiten de Autobahn lag de gemiddelde prijs rond € 2,10. De normale landelijke benzineprijzen lagen eind juni 2026 op ongeveer € 2,22 in Nederland, € 1,91 in Duitsland, € 1,65 in Oostenrijk en € 1,81 in Italië.

Een exact gemiddelde voor de volledige reis bestaat niet. Het bedrag hangt af van het moment van tanken, de route en de verdeling van de tankbeurten over de vier landen. Voor iemand die consequent bij dure snelwegstations stopt, is een gemiddeld bedrag van ongeveer € 2,35 tot € 2,45 per liter echter een bruikbaar rekenscenario.

Bij een gemiddelde prijs van € 2,40 komen de brandstofkosten uit op:

187,2 liter × € 2,40 = € 449,28

Bij een routegemiddelde van € 2,20, zoals in een vergelijkbaar rekenvoorbeeld voor de zomer van 2025, waren de kosten:

187,2 liter × € 2,20 = € 411,84

De stijging bedraagt in dit voorbeeld € 37,44 voor de volledige retourreis. Zelfs wanneer voor 2026 met € 2,45 per liter wordt gerekend, blijft de stijging beperkt tot € 46,80.

Een week in een stacaravan kost veel meer

De huur van een stacaravan aan het Gardameer vormt een veel groter deel van het vakantiebudget. De prijzen verschillen sterk per camping, reisperiode, aanbieder en type accommodatie.

Op kleinere campings zijn soms goedkopere mogelijkheden te vinden. Bij grote vakantieparken rond Peschiera del Garda, Lazise en Bardolino kan een moderne stacaravan met airconditioning en veranda in juli echter gemakkelijk tussen € 1.500 en meer dan € 2.500 per week kosten.

Voor dit rekenvoorbeeld gaan we uit van een stacaravan die in juli 2025 € 1.650 per week kostte. Bij een prijsstijging van ongeveer 4 procent komt dezelfde accommodatie in 2026 uit op circa:

€ 1.650 × 1,04 = € 1.716

Dat betekent een stijging van ongeveer € 66 per week.

Deze 4 procent is geen vastgesteld gemiddelde voor alle stacaravans aan het Gardameer. Het sluit wel aan bij de bredere ontwikkeling van campingprijzen. Volgens ACSI steeg de gemiddelde prijs voor een Europese campingovernachting in het hoogseizoen van 2026 met 3,7 procent. Het Gardameer behoort bovendien tot de drukst bezochte kampeerregio’s van Europa, waardoor de prijzen op populaire campings hoger kunnen uitvallen.

Accommodatie stijgt harder dan de volledige autorit

De vergelijking maakt duidelijk waar de grootste kostenpost zit:

Gardameer kosten

De prijsstijging van één week in de stacaravan is in dit voorbeeld bijna twee keer zo groot als de stijging van de benzinekosten voor de complete heen- en terugreis.

Bij een verblijf van twee weken loopt het verschil verder op. De extra accommodatiekosten bedragen dan ongeveer € 132. De benzinekosten blijven gelijk, omdat de afstand naar het Gardameer niet verandert.

Benzine blijft een relatief klein deel van het budget

Bij een verblijf van één week bedragen de benzine en accommodatie samen ongeveer € 2.165. Daarvan bestaat circa € 449 uit brandstof. De benzine vertegenwoordigt daarmee ongeveer 21 procent van deze twee kostenposten samen.

Daar komen de overige uitgaven nog bij. Denk aan tol in Oostenrijk en Italië, een Oostenrijks vignet, boodschappen, parkeerplaatsen, uitstapjes en eten en drinken. De A13 over de Brenner kost in 2026 bijvoorbeeld € 12,50 per enkele rit. Daarnaast is voor veel Oostenrijkse snelwegen een vignet nodig.

Voor een compleet gezin kan het totale vakantiebudget daardoor gemakkelijk enkele duizenden euro’s bedragen. Een paar dubbeltjes extra per liter zijn vervelend, maar hebben binnen dat totaal minder invloed dan de prijs van het verblijf.

Tanken buiten de Autobahn blijft wel verstandig

Dat de benzine niet de grootste kostenpost is, betekent niet dat het verstandig is om gedachteloos langs de snelweg te tanken. Bij een prijsverschil van 33 cent kost een tankbeurt van 50 liter ongeveer € 16,50 extra.

Tijdens een retourrit kunnen meerdere tankstops bij dure snelwegstations het verschil laten oplopen tot enkele tientallen euro’s. Door met een volle tank uit Nederland te vertrekken en in Duitsland even van de snelweg af te rijden, kan een deel van de hogere vakantiekosten eenvoudig worden voorkomen.

Het verandert alleen weinig aan de hoofdconclusie. Niet de autorit, maar vooral het verblijf bepaalt hoe duur een vakantie aan het Gardameer wordt. Wie in 2026 honderden euro’s meer betaalt dan vorig jaar, zal dat verschil eerder terugzien in de stacaravan, boodschappen en horeca dan uitsluitend op het bonnetje van het tankstation.